logo← Terug naar HAVO
Mondeling

Presenteren: stem, lichaamstaal en uit het hoofd

Zonder papier voor de klas staan (4 VWO)

✓ Je kunt volume, tempo, articulatie, klemtoon en pauzes bewust inzetten✓ Je weet hoe je houding, handgebaren en oogcontact gebruikt om geloofwaardig over te komen✓ Je kunt een voordracht zonder papier houden met behulp van een geheugenroute

Presenteren: stem, lichaamstaal en uit het hoofd

Een goede tekst is nog geen goede voordracht. Op deze pagina leer je hoe je klinkt, hoe je staat en hoe je een verhaal van vijf minuten zonder papier houdt.

Stemgebruik

Je stem is je belangrijkste instrument. Vijf zaken bepalen hoe je klinkt.

Volume. Spreek tegen de achterste rij, niet tegen de voorste. Als je denkt dat je te hard praat, is het meestal precies goed.

Tempo. Bij spanning gaan bijna alle sprekers te snel praten. Varieer bewust: sneller bij een verhaal, langzamer bij een argument of een cijfer.

Articulatie. Maak je woorden af. Vooral de laatste lettergreep van een zin verdwijnt vaak in het niets.

Klemtoon. Kies per zin één woord dat de nadruk krijgt. Onderstreep dat woord in je spreekplan.

Pauze. Dit is je krachtigste middel en tegelijk het middel dat het minst wordt gebruikt. Een pauze geeft je publiek tijd om te verwerken en geeft jou tijd om na te denken.

Wat je doet met "eh"

Zeg je vaak "eh"? Dan gebruik je een stopwoord op het moment dat je nadenkt. De oplossing is niet harder je best doen om het niet te zeggen, maar op die plek bewust te zwijgen.

Zwijgen voelt ongemakkelijk, maar klinkt zelfverzekerd. Een pauze van twee seconden duurt voor jou een eeuwigheid en voor je publiek precies lang genoeg om je vorige zin te laten bezinken.

Wil je weten hoe vaak je het doet? Laat een klasgenoot tellen terwijl je twee minuten spreekt, of neem jezelf op. Bijna iedereen schrikt van het aantal, en bijna iedereen halveert het al bij de tweede poging.

Lichaamstaal en oogcontact

Je publiek ziet je voordat het je hoort. Houding, handen en blik bepalen mede of je geloofwaardig overkomt, en dat is precies waar ethos over gaat.

  • Sta rechtop met je voeten op schouderbreedte. Leun nergens op en houd je nergens aan vast.
  • Houd je handen zichtbaar. Handen die je niet ziet, wekken wantrouwen.
  • Gebruik gebaren die iets betekenen: drie vingers als je drie punten aankondigt, handen uit elkaar als je iets groots beschrijft. Wapperen zonder betekenis leidt af.
  • Verdeel je oogcontact over drie zones: links, midden en rechts. Blijf per zone ongeveer één zin hangen en kijk dan een andere kant op. Kijk niet alleen naar je docent.
  • Neem voordat je begint drie seconden de tijd. Ga staan, kijk rond en begin dan pas. Die drie seconden maken meer indruk dan je eerste drie zinnen.
  • Beweeg niet mee op de maat van je zenuwen: niet wiegen, niet met een pen spelen, niet aan je mouw trekken.

Achter een spreekgestoelte

Sta je achter een spreekgestoelte, dan gelden een paar extra dingen. Leun er niet op en klem je er niet aan vast. Houd je handen boven het blad, zodat je publiek ze kan zien. Kijk niet naar beneden maar vooruit: alles wat je naar beneden zegt, komt niet aan.

Spreken zonder papier

Leer je tekst niet woord voor woord uit je hoofd. Dat is riskant: raak je één zin kwijt, dan valt je hele verhaal stil. Leer in plaats daarvan de volgorde van je onderdelen, en leer alleen je opening, je herhaalzin en je slot woordelijk. De rest formuleer je ter plekke, en dat klinkt bovendien natuurlijker.

De geheugenroute

Een geheugenroute helpt je om die volgorde te onthouden. Zo maak je er een.

  • Kies een route die je uit je hoofd kent, bijvoorbeeld van je voordeur naar je slaapkamer, of van de fietsenstalling naar je lokaal.
  • Kies op die route vijf vaste punten in een vaste volgorde: voordeur, kapstok, keukentafel, trap, bureau.
  • Koppel aan elk punt één onderdeel van je voordracht: opening, argument 1, argument 2, argument 3, slot.
  • Bedenk per punt een concreet beeld dat aan dat onderdeel vastzit. Hoe gekker het beeld, hoe beter je het onthoudt.
  • Loop de route in gedachten drie keer af, eerst met je aantekeningen erbij en daarna zonder.

Deze techniek is ruim tweeduizend jaar oud en wordt nog steeds gebruikt door mensen die lange teksten uit hun hoofd moeten kennen. De reden dat hij werkt: je hersenen onthouden ruimtes en beelden veel beter dan losse woorden.

Als je vastloopt

Stop. Adem. Zeg hardop waar je bent: "Mijn tweede punt gaat over geld." Meestal komt de rest dan vanzelf terug.

Een stilte van twee seconden valt je publiek nauwelijks op. Wat wel opvalt, is paniek. Blijf staan waar je staat en ga verder waar je gebleven was.

Zenuwen

Zenuwen betekenen niet dat je het niet kunt. Ze betekenen dat het je iets kan schelen. Vrijwel elke geoefende spreker is voor de eerste zin nog steeds gespannen; het verschil is dat die weet dat het na twintig seconden zakt.

Drie dingen die echt helpen: sta al even stil voordat je begint, oefen je eerste twintig seconden zo vaak dat ze er vanzelf uit komen, en spreek je verhaal minstens één keer hardop uit tegen een echt mens. In je hoofd oefenen telt niet.

Wil je oefenen of heb je een vraag? Gebruik de AI-tutor op deze pagina.