logo← Terug naar HAVO
Mondeling

Overtuigen: ethos, pathos en logos

De drie middelen van een betogende voordracht (4 VWO)

✓ Je kunt uitleggen wat een betogende voordracht onderscheidt van een geschreven betoog✓ Je kent de drie overtuigingsmiddelen ethos, pathos en logos en weet hoe je ze inzet✓ Je kunt in een voordracht van een ander herkennen welk overtuigingsmiddel wordt gebruikt

Overtuigen met je stem

Op deze pagina leer je wat een betogende voordracht is en hoe je een publiek overtuigt met de drie middelen die Aristoteles ruim tweeduizend jaar geleden beschreef: ethos, pathos en logos. Die drie vormen nog steeds de basis van elk presentatieadvies dat je tegenkomt.

Wat is een betogende voordracht?

Een betogende voordracht is een gesproken betoog. Je hebt een standpunt, je onderbouwt dat met argumenten en je wilt dat je publiek het na afloop met je eens is, of op zijn minst gaat twijfelen.

Het verschil met een geschreven betoog zit niet in de inhoud, maar in het kanaal. Een lezer kan een moeilijke zin twee keer lezen, terugbladeren en pauzeren. Een luisteraar kan dat niet. Wat jij zegt, komt één keer voorbij en dan is het weg. Dat heeft drie gevolgen voor je tekst.

Je zinnen zijn korter. Vijftien woorden is een goede bovengrens. Een zin met drie bijzinnen werkt op papier prima en in de lucht niet.

Je herhaalt bewust. Wat je één keer zegt, is de helft van je publiek na twee minuten kwijt. Herhaling is bij spreken geen slordigheid maar een techniek.

Je maakt je structuur hoorbaar. Je zegt hardop waar je bent: "Dat was mijn eerste punt. Mijn tweede punt gaat over geld."

Ethos: geloven ze jou?

Ethos gaat over jou als spreker. Vindt je publiek je geloofwaardig, deskundig en betrouwbaar? Als het antwoord nee is, doet de rest er niet meer toe: dan luistert niemand naar je argumenten.

Er bestaan twee soorten ethos. Het ethos dat je al hebt voordat je iets gezegd hebt, komt uit je positie of je ervaring. Een longarts die over roken spreekt, begint met een voorsprong. Het ethos dat je opbouwt tijdens het spreken, verdien je met de manier waarop je het doet.

Zo bouw je ethos op:

  • Laat merken dat je je verdiept hebt. Noem waar je iets vandaan hebt: "Ik las in een onderzoek van het RIVM dat..."
  • Vertel kort waarom dit onderwerp jou raakt. Persoonlijke betrokkenheid maakt geloofwaardig.
  • Ga rechtop staan, sta stil en kijk je publiek aan. Wie wiebelt, lijkt te twijfelen aan zijn eigen verhaal.
  • Neem een tegenargument serieus voordat je het weerlegt. Wie de andere kant kent, komt eerlijk over.
  • Begin nooit met een excuus. "Ik heb me eigenlijk niet zo goed voorbereid" is de snelste manier om je ethos weg te geven.

Pathos: voelen ze iets?

Pathos gaat over de emotie die je bij je publiek oproept: verontwaardiging, hoop, zorg, herkenning of trots. Mensen beslissen zelden op grond van cijfers alleen. Ze beslissen als ze iets voelen en zoeken daar daarna redenen bij.

Zo roep je gevoel op:

  • Vertel over één mens in plaats van over duizend. Duizend slachtoffers is een getal; één jongen die zijn training mist, is een verhaal.
  • Gebruik beeldende taal. Zeg niet "de kosten stijgen", maar "de rekening op de keukentafel wordt elke maand dikker".
  • Spreek je publiek aan met jij of wij. Zo wordt het probleem van hen en niet alleen van jou.
  • Neem een pauze na een zin die aankomt. Zonder stilte kan een zin niet landen.
  • Overdrijf niet. Te veel pathos werkt averechts: je publiek voelt zich bespeeld en je verliest juist ethos.

Logos: klopt het?

Logos gaat over je redenering: je argumenten, je bewijs en de logische volgorde daarvan. Ook in een voordracht waarin het vooral om je presentatie draait, valt een verhaal zonder logos uit elkaar. Je publiek moet de stap van argument naar standpunt kunnen volgen.

Zo versterk je je logos:

  • Maak elke denkstap hardop. Sla niets over omdat het voor jou vanzelfsprekend is.
  • Gebruik hooguit twee of drie cijfers en rond ze af. "Bijna een op de drie" onthoudt een luisteraar; "31,4 procent" niet.
  • Koppel elk argument expliciet terug aan je standpunt: "En daarom moet die regel verdwijnen."
  • Weerleg één tegenargument. Dat maakt je verhaal meteen sterker en eerlijker.

De balans

De drie middelen versterken elkaar. Alleen logos maakt je verhaal droog en vergeetbaar. Alleen pathos maakt je verhaal zwaar en ongeloofwaardig. Alleen ethos maakt je aardig maar leeg.

Loop voor je gaat spreken je hele voordracht na en vraag je per onderdeel af welk middel je daar inzet. Zitten alle drie erin? En heeft er niet één de overhand?

Wil je oefenen of heb je een vraag? Gebruik de AI-tutor op deze pagina.