❓ Vraagtypes en aanpak
Leer welke vraagtypes er zijn en hoe je ze aanpakt
Vraagtypes op het eindexamen leesvaardigheid
Op het centraal examen leesvaardigheid komen steeds dezelfde soorten vragen terug. Als je die herkent, weet je direct hoe je ze moet aanpakken.
De vijf hoofdtypen
1. Betekenisvraag Wat wordt bedoeld met woord/uitdrukking X in alinea Y? Aanpak: Lees de zin in context. Zoek een synoniem of omschrijving die past in de zin.
2. Verwijsvraag Waar verwijst 'dit', 'dat', 'deze', 'die', 'het' naar terug? Aanpak: Ga terug in de tekst. Het antwoord staat bijna altijd in de vorige zin of alinea.
3. Structuurvraag Welke functie heeft alinea X? / Wat is het verband tussen alinea X en Y? Aanpak: Lees de eerste en laatste zin van de alinea. Kijk naar signaalwoorden.
4. Samenvatten/parafraseren Geef in eigen woorden weer wat er in alinea X staat. Aanpak: Gebruik je eigen woorden, kopieer niet letterlijk. Noem de hoofdgedachte.
5. Beoordelen Klopt de bewering? Is het argument sterk? Geef je mening met onderbouwing. Aanpak: Neem altijd een duidelijk standpunt in en onderbouw met tekstevidentiee.
Algemene tips
- Lees de vragen eerst, dan de tekst
- Streep aan waar je het antwoord vermoedt
- Formuleer altijd een volledig antwoord, geen losse woorden
- Citeer nooit letterlijk tenzij dat expliciet gevraagd wordt